Een storing of failover heeft verschillende stadia. Als uw toestel bijvoorbeeld wordt overgezet naar een andere server, is het zwevend en kan de functionaliteit beperkt zijn. Als vervolgens de andere server actief is, gebruikt uw toestel de functionaliteit die op die server beschikbaar is. Dit is niet noodzakelijkerwijs dezelfde functionaliteit als op uw oorspronkelijke server. Als uw oorspronkelijke server weer werkt, gaat uw toestel daar weer naar terug (failback) en de functionaliteit kan tijdens de overgang opnieuw beperkt zijn. Als uw toestel weer terug is op de oorspronkelijke server, wordt de normale functionaliteit weer hersteld. Failover en failback zijn automatische functies, u kunt er niets aan doen.