1 |
Indicator |
Biedt visuele indicaties voor het volgende:
Inkomende oproep
Voicemail
|
2 |
Telefoondisplay |
Bestaat uit twee gedeelten:
Bovenbalk: deze is altijd zichtbaar en bevat de communicatiestatus, tijd en datum en apparaatstatus.
In het applicatiegedeelte wordt het volgende weergegeven:
Applicatietitel: hier worden de contextspecifieke applicatietitel en een of meer subtitels weergegeven. Afhankelijk van het weergavetype en de status van de oproep, bevat de koptekst de details van de oproep.
Gedeelte met applicatiecontent: hier worden menu’s, lijsten, pop-upvensters, afbeeldingen en andere applicatiecontent weergegeven.
Gedeelte met softkeylabels: hier worden labels weergegeven met informatie over de status van de softkey-knop.
|
3 |
Regeltoetsen |
Hiermee kunt u de betreffende lijn of functie selecteren. Elke regeltoets heeft rode en groene ledlampjes die specifieke visuele waarschuwingen geven voor oproepen en functies.
Opmerking:
De standaardactie is afhankelijk van de toepassing en de context.
|
4 |
Softkeys |
Voor het selecteren van het overeenkomstige label van contextspecifieke acties. Met de softkey Help kunt u een korte beschrijving bekijken van de functies die beschikbaar zijn op uw telefoon. |
6 |
Voicemail |
Het geconfigureerde voicemailnummer kiezen om een voicemailbericht te beluisteren. |
7 |
Opnieuw kiezen |
Gebruikt voor het opnieuw kiezen van het als laatste gekozen nummer vanaf een willekeurig scherm van de telefoon. |
8 |
Luidspreker |
De luidspreker inschakelen. |
9 |
In wacht |
Gebruikt om een actieve oproep in de wacht te zetten en een oproep in de wacht te hervatten. |
10 |
Regeltoetsen |
Hiermee kunt u de betreffende lijn of functie selecteren. Elke regeltoets heeft rode en groene ledlampjes die specifieke visuele waarschuwingen geven voor oproepen en functies.
Opmerking:
De standaardactie is afhankelijk van de toepassing en de context.
|
11 |
Secundair beeldscherm |
Biedt snelle toegang tot lijnweergaven, functies en telefoonmenu’s. |
12 |
Linker- en rechtertoets |
Gebruikt om te navigeren op het secundaire beeldschermscherm. |
13 |
Dempen |
Uitgaande audio dempen of het dempen van de uitgaande audio opheffen. |
14 |
Navigatiecluster |
Hiermee kunt u navigeren op het telefoonscherm.
Pijltoetsen omhoog en omlaag: omhoog en omlaag scrollen.
Pijltoetsen rechts en links: de cursor in het tekstinvoerveld verplaatsen en waarden omschakelen in de selectievelden.
Toets OK: voor het selecteren van de actie die is toegewezen aan de eerste softkey.
|
18 |
Vergadering |
Gebruikt voor het starten van een vergadering en voor het toevoegen van een deelnemer aan een vergadering. |
19 |
Headset |
De headset inschakelen en overschakelen van luidspreker naar headset tijdens een oproep. |
20 |
Doorverbinden |
Gebruikt om een oproep door te verbinden. |
21 |
Toetsenbloktoetsen |
Gebruikt voor het kiezen van toestelnummers of voor het invoeren van alfanumerieke tekens en speciale symbolen. |
22 |
Hoorn |
Oproepen ontvangen of plaatsen. |
23 |
Volume |
Het volume van een handset, luidspreker of beltoon aanpassen.
|
24 |
Microfoon |
De microfoon van de telefoon. |