In het systeem worden alarmen voor elke apparaatfout vastgelegd. Het systeem legt vast hoe vaak een alarm is opgetreden en wat de datum en tijd van het laatste alarm was. Systeemstatus vermeldt de alarmen per categorie en transmissielijn. Transmissielijnalarmen worden voor elk type transmissielijn en elke transmissielijn apart geteld.
Systeemstatus maakt onderscheid tussen de volgende alarmtypen:
-
Actief – Huidige alarmen worden in rood weergegeven met het symbool. Wanneer het alarm niet meer actief is, wordt het zwart.
-
Historisch – Alarmen die niet meer actueel zijn, worden in zwart weergegeven. Er worden maximaal 50 historische alarmen bewaard. Als er historische alarmen worden verwijderd vanwege geheugenlimieten, wordt het aantal verwijderde alarmen en het bijbehorende aantal gevallen per alarm bijgehouden en worden deze weergegeven als Verloren alarmen.