Status (H.323-transmissielijn)

Laatst bijgewerkt : Nov 26, 2021 |
Prolog information
Pad: TransmissielijnenLijnenLijn
Open dit menu door in het navigatiepaneel op Transmissielijnen te klikken. Of als alternatief, klik op Systeem en vervolgens op Systeemonderdeel en dubbelklik op de netlijn.
Figure: Transmissielijnstatus (H.323-transmissielijn)

Weergegeven informatie

Naam
Omschrijving
IP-adres
Het gateway IP-adres van het VoIP formulier.
Lijnnummer
Gedefinieerd in de systeemconfiguratie.
Aantal beheerde kanalen
Aantal kanalen van de het tabblad VoIP-netlijn.
Totaal kanalen in gebruik
Totaal van alle kanalen waar oproepreferenties aan verbonden zijn.
Beheerde compressie
De compressiemodus van het VoIP-formulier.
Small COmmunity Networking
In het menu wordt een van de volgende opties weergegeven:
  • Indien niet geconfigureerd, wordt Uitgeschakeld weergegeven.
  • Indien wel geconfigureerd en als de andere kant reageert, wordt Beschikbaar weergegeven.
  • Indien wel geconfigureerd maar als de andere kant niet reageert, wordt Niet beschikbaar weergegeven.
Direct Media-pad
Aan of Uit.
Snelstart inschakelen
Aan of Uit.
Stilteonderdrukking
Aan of Uit.
Kanalentabel
Zie de tabel Kanalentabel.

Kanalentabel

In deze tabel wordt de volgende informatie weergegeven:
Element
Omschrijving
Kanaalnummer
Klik op de rij om de details van de oproep te zien.
Oproepref.
Oproepreferentie toegekend door het systeem en behorend bij de netlijn die in gebruik is. Wanneer een tracering wordt uitgevoerd, wordt voor alle oproepen op de transmissielijn (i) weergegeven naast de oproepreferentie. Als u Oproepdetails selecteert terwijl een tracering wordt uitgevoerd, blijft het scherm ongewijzigd en verschijnt een pop-upvenster met details over de geselecteerde oproep. Het pop-upvenster toont de status van de oproep op het moment van de selectie en wordt niet bijgewerkt. Zie Traceren.
Huidige status
De huidige status van de oproep die is gekoppeld aan de knop. Zie Belstatussen (transmissielijn).
Tijd in status
Op nul stellen iedere keer dat er een statuswijziging is.
RTP IP-adres van verbinding
IP-adres van de externe zijde van de RTP-mediastroom.
CODEC
Beschikbaar via H.323/SIP berichten en kan veranderen tijdens de oproep.
Verbindingstype
Either DirectMedia, RTP Relay of VCMs.
Beller-id of gekozen cijfers
De informatie die wordt weergegeven, is afhankelijk van de richting van de oproep.
  • Inkomende oproepen – De naam en het nummer van de beller-id. Systeemstatus geeft Geen aan als het systeem geen beller-id heeft ontvangen.
  • Uitgaande oproepen – De cijfers die naar het centraal kantoor zijn verzonden.
Oproeppartner
Zie de tabel Oproeppartner.
Richting van oproep
Geeft de oproep ofwel als Inkomend of Uitgaand weer.
Quality of Service (QoS)
Normale datapakketten kunnen voorkomen dat spraakdata over de link komen of deze vertragen, waardoor onacceptabele spraakkwaliteit wordt veroorzaakt. Systeemstatus biedt de volgende informatie. Het systeem berekent de statistieken zoals gedefinieerd in RFC 1889.
  • Retourvertraging
  • Jitter ontvangen
  • Transmissiejitter
  • Ontvangst Pakketverlies
  • Transmissie Pakketverlies

Oproeppartner

Bevat één van de volgende:
Waar een oproep werd aangevraagd/beantwoord
Weergegeven waarde
Gebruiker
Gebruikersnaam en -nummer
Voicemail oproepstroom
Naam beginpunt
Voicemailbox
Voicemail gebruikersnaam of huntgroepnaam van de mailbox.
Dataservice
RAS - servicenaam
Vergadering
Conferentienaam
Transmissielijn
Transmissielijn-id/URI-groep/kanaalnummer
Parkeerslot
Parkeerslot - wanneer het andere einde de oproep geparkeerd heeft
Aankondiging
Aankondiging - de huntgroep die hoort bij het aankondigingsnummer
Huntgroep
Huntgroep - naam en nummer wanneer een oproep in de wachtrij voor een huntgroep staat (maar niet waarschuwt).

Knoppen

De volgende knoppen kunnen op dit scherm verschijnen:
Knop
Omschrijving
Oproepdetails
Toont de oproepgegevens voor de geselecteerde oproep, transmissielijn of het transmissielijnkanaal.
Hervatten
Hervat bijwerken scherm in realtime. Bij klikken veranderen het label en de functie van de knop in Pauzeren.
Pauzeren
Stopt het updaten van het scherm. Het label en de functie van de knop veranderen in Hervatten wanneer het scherm wordt gepauzeerd.
Afdrukken…
Drukt alle informatie af die beschikbaar is in het huidige scherm (inclusief informatie die momenteel niet zichtbaar is).
Traceren
Start een tracering van de geselecteerde rijen. Systeemstatus toont een tracering voor elke oproep die is gekoppeld aan de geselecteerde transmissielijn of het toestel. Zie Traceren.
Alles traceren
Start een tracering voor de hele transmissielijngroep of toestel. Systeemstatus toont een tracering voor alle oproepen die zijn gekoppeld aan de transmissielijn of het toestel. Zie Traceren.
Opslaan als…
Slaat de informatie op scherm op naar een tekstbestand (TXT of CSV). U kunt alleen traceerschermen als CSV-bestanden opslaan.